Het metrieke stelsel

Het metrieke stelsel medisch rekenen

 

Meten doe je in eenheden.

Hoe zwaar, hoe groot of hoe ver weg zijn grootheden.

En de termen waarin dit wordt uitgedrukt zijn de eenheden.

 

SI-eenheden

De SI-eenheden worden sinds 1978 gebruikt, nadat er internationale afspraken over zijn gemaakt. SI staat voor System International.

Er zijn 7 standaardmaten.

 

Er wordt niet gesproken over gewicht maar over massa. Gewicht heeft te maken met de aantrekking van de aarde.

De temperatuur wordt aangeduid met Kelvin terwijl Celcius vaker gebruikt wordt.

 

 

Gewichten berekenen

De basis eenheid van gewicht is kilogram (kg). De andere eenheden zijn hiervan afgeleid. 1 mega = 1.000.000 gram

1 kilo = 1000 gram (g) 1 kilo = 10 ons 1 ons = 100 gram 1 gram = 100 milligram (mg) Een handig hulpmiddel om gewichten te onthouden is de “trap”. Iedere trede is x 10 of gedeeld door 10. Bekijk het plaatje rustig en onthoud de maten. Als je deze maten nog niet goed beheerst kun je bij het maken van de oefen vragen deze trap er eerst bijhouden, zodat je de trap beter zult onthouden.

De mega krijgt een hoofdletter M. De milli een klein letter m. Voor micro is de mu gebruikt. Bovenstaand is een beschrijving van grammen. Dit kan ook zijn de maat voor afstanden zoals meters.

 

Inhoud berekenen

Veel gebruikt in de gezondheidszorg zijn de inhoudsmaten.

 

Een blok van 1 m x 1m x 1m = 1m3 (één kubieke meter).

Aangezien één kubieke meter groot is wordt in de praktijk met kleinere inhoudsmaten gewerkt, zoals de kubieke decimeter of kubieke centimeter.

De basis eenheid van volume is een liter. 1 liter = 1.000 milliliter (ml), 1 liter = 100 centiliter (cl), 1 liter = 10 deciliter (dl). Je ziet dat de maten stapsgewijs toe- of afnemen met een tienvoud. Onthoud de volgende maten goed:

1000 milliliter (ml) = 100 centiliter (cl) = 10 deciliter (dl) = 1 liter

1 liter = 1 dm3  = 1.000 cm3

1 liter = 1dm3 (kubieke decimeter)

1 ml = 1 cm3 (kubieke centimeter) –> dit is ook gelijk aan “cc” betekent cubieke centimeter.

ml en cc worden in de praktijk door elkaar gebruikt. De inhoudsmaat is dus gelijk aan elkaar!

 

Wat moet je verder weten?

Eén theelepel = ongeveer 3 ml

Eén paplepel = ongeveer 8 ml

Eén eetlepel = ongeveer 15 ml

 

Dit was hoofdstuk 2 van verpleegkundig rekenen. Succes met oefenen!

 

 

 

 

 

https://www.medischverpleegkundigrekenen.nl/